Voorzorg 710 x 710 (1)

Warm ingestopt luister de elfjarige Els naar de laatste woorden uit het boek dat haar vader voorleest. Hij sluit de kaft en geeft haar nog een kus voor het slapengaan. ‘Slaap lekker en tot morgen lieverd.’ Al snel dommelt ze in. Wanneer Els de volgende ochtend wakker wordt, schiet ze haar sloffen aan en sprint de trap af. Ze snelt door de keukendeur en verstilt. Haar ouders zitten niet aan de gedekte ontbijttafel. Haar oom kijkt met medelevende ogen naar haar. ‘Je vader heeft een hartaanval gehad vannacht, meis. Hij ligt in het ziekenhuis en je moeder is bij hem.’ Ze voelde een enorme zwaarte en kon alleen maar denken: Komt het nog goed? Wat nu?  

Vanaf dat moment was haar zorgeloze bestaan voorbij. Haar vader kwam enkele dagen later thuis, gelukkig. Maar het bleek het begin van een lange rits gezondheidsklachten die het gezinsleven zouden beheersen. Els blikt terug: ‘Er was altijd een donkere wolk. Soms was deze dichtbij, soms verder weg. Maar hij was er altijd.’ In haar hoofd was ze continu bezig met de gezondheid van haar ouders. De zorg voor een ander kan eenzaam en zwaar zijn. Een situatie waar 1 op de 3 Nederlanders mee om moet gaan. Hoe combineer je zorgen met je eigen behoeften? Els vertelt over haar eigen ervaring met meer dan 50 jaar zorg voor haar ouders.

Het moet toch door

De moeder van Els had moeite de zorg alleen te dragen en leunde sterk op haar dochter. Als van nature voelde Els zich verantwoordelijk en hielp haar moeder waar ze kon. Met huishoudelijke taken, boodschappen en op latere leeftijd ook met de doktersafspraken van haar vader. ‘Het moet toch door. Het zijn mijn ouders en daar sta ik met liefde voor klaar.’ verklaart ze.  

‘In mijn jeugd was er geen internet of social media. Adviezen of ervaringen van anderen opzoeken ging niet zomaar. En zeker als je zo jong bent als ik was, ken je niets anders.’ 

Ook op latere leeftijd drukte de zorg voor haar ouders een stempel op haar leven. ‘Je probeert altijd in de buurt te zijn of je telefoon bij de hand te hebben. Voor het geval dat er iets gebeurt.’ Ze vertelt verder: ‘Meer dan eens ben ik met mijn gezin eerder teruggekomen van vakantie omdat de ambulance weer bij mijn vader op de stoep stond.’  

Buigen totdat je breekt 

‘Ik was niet anders gewend dan klaar te staan voor mijn ouders. Daarnaast runde ik ook een eigen gezin en huishouden.’ De zorgen bleven zich opstapelen. Iemand kan maar zolang buigen totdat je breekt. ‘Ik ging op zoek naar hulp. Het lukte me gewoon niet meer alleen. Maar waar begin je? Wat voor hulp is er en wie schakel je in? Ik wist simpelweg niet wat er mogelijk was.’ Uiteindelijk ging ze naar de huisarts en die wees haar op de Wmo (Wet maatschappelijke ondersteuning). Vanaf dat moment ging het balletje rollen en werd de juiste hulp voor haar ouders ingeschakeld. 

Meer rust, maar nooit zorgeloos 

Dat gaf meer rust. Er kwam hulp bij het huishouden en uiteindelijk ook douchehulp. Dat zijn de praktische zaken. Maar mentaal en fysiek bleef het zwaar. ‘Je blijft veel zaken regelen. Rondom de zorg, maar ook de dagelijkse administratie. En met de jaren nemen ook de kwalen toe. Je ziet je geliefden steeds verder achteruit gaan, lichamelijk en geestelijk. Je vraagt je af wat menswaardig is. Dat vreet aan je.’ 

De stempel: Mantelzorger

‘Pas heel laat gaf ik mijzelf de stempel mantelzorger’. Legt Els uit. Na de diagnose met Alzheimer van haar moeder, moest er veel geregeld worden en kreeg zij vragen als: Wie regelt alles en is diegene ook de mantelzorger? ‘Mijn vader was al overleden, toen viel het kwartje pas dat ik degene was die alles regelde. Dat ik al jaren mantelzorger was.’  

‘Mantelzorg overkomt je en er is geen handboek voor.’

Zorg eerst goed voor jezelf, dan kun je pas voor andere zorgen 

Sinds een paar jaar zijn de vader en moeder van Els overleden. Ze kan zich nu richten op andere, mooie dingen zoals haar kleinkinderen. Desondanks kijkt ze wel met liefde terug op het mantelzorgen. ‘Mijn ouders waren altijd dankbaar voor wat ik voor hen deed. Zij vonden het zelf lastig om zoveel van mij te vragen, maar hadden simpelweg geen keus. De vertrouwelijkheid die erbij komt kijken, is heel bijzonder.’  

Met de kennis van nu, zou ze dingen wel anders doen. ‘Ik zou eerder hulp zoeken. Bijvoorbeeld bij een huisarts.’ Ook zijn er inmiddels steunpunten voor mantelzorgers, zoals MantelzorgNL. Els vervolgt. ‘Ik zou mijn grenzen meer bewaken en dingen loslaten. Eerder denken: nu kan ik niet verder zorgen. Er komt altijd een schepje bij en dat doe je dan maar gewoon.’ Voor je het weet, schiet je er zelf bij in. En dat is ook wat Els mee wil geven aan andere mantelzorgers. ‘Zorg eerst goed voor jezelf, dan kun je pas voor andere zorgen.’  

Meer over de Wmo

Els had veel aan de zorg vanuit de Wmo (Wet maatschappelijke ondersteuning). Via deze ondersteuningswet kun je o.a. hulp bij huishoudelijke taken krijgen. Net zoals de ouders van Els. Op www.tzorg.nl lees je wat de grootste landelijke aanbieder van hulp bij het huishouden zoals kan bieden. Natuurlijk zijn er nog vele andere aanbieders. Bij het Wmo-loket in jouw gemeente ontdek je welke ondersteuning vanuit de Wmo bij jouw situatie past. Ook weten zij welke aanbieders er in jouw gemeente werken. 

Soms lukt het (even) niet meer om alles zelf te doen. Denk aan boodschappen doen, het huishouden of je dag indelen. De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) zorgt dat je daar hulp bij krijgt. Zo kun jij langer, zelfstandig thuis wonen en blijf je onderdeel van de maatschappij. Wil jij meer weten over ondersteuning vanuit de Wmo? Lees dan hier verder.

Terug naar overzicht