Buigen totdat je breekt
‘Ik was niet anders gewend dan klaar te staan voor mijn ouders. Daarnaast runde ik ook een eigen gezin en huishouden.’ De zorgen bleven zich opstapelen. Iemand kan maar zolang buigen totdat je breekt. ‘Ik ging op zoek naar hulp. Het lukte me gewoon niet meer alleen. Maar waar begin je? Wat voor hulp is er en wie schakel je in? Ik wist simpelweg niet wat er mogelijk was.’ Uiteindelijk ging ze naar de huisarts en die wees haar op de Wmo (Wet maatschappelijke ondersteuning). Vanaf dat moment ging het balletje rollen en werd de juiste hulp voor haar ouders ingeschakeld.
Meer rust, maar nooit zorgeloos
Dat gaf meer rust. Er kwam hulp bij het huishouden en uiteindelijk ook douchehulp. Dat zijn de praktische zaken. Maar mentaal en fysiek bleef het zwaar. ‘Je blijft veel zaken regelen. Rondom de zorg, maar ook de dagelijkse administratie. En met de jaren nemen ook de kwalen toe. Je ziet je geliefden steeds verder achteruit gaan, lichamelijk en geestelijk. Je vraagt je af wat menswaardig is. Dat vreet aan je.’
De stempel: Mantelzorger
‘Pas heel laat gaf ik mijzelf de stempel mantelzorger’. Legt Els uit. Na de diagnose met Alzheimer van haar moeder, moest er veel geregeld worden en kreeg zij vragen als: Wie regelt alles en is diegene ook de mantelzorger? ‘Mijn vader was al overleden, toen viel het kwartje pas dat ik degene was die alles regelde. Dat ik al jaren mantelzorger was.’
‘Mantelzorg overkomt je en er is geen handboek voor.’
Zorg eerst goed voor jezelf, dan kun je pas voor andere zorgen
Sinds een paar jaar zijn de vader en moeder van Els overleden. Ze kan zich nu richten op andere, mooie dingen zoals haar kleinkinderen. Desondanks kijkt ze wel met liefde terug op het mantelzorgen. ‘Mijn ouders waren altijd dankbaar voor wat ik voor hen deed. Zij vonden het zelf lastig om zoveel van mij te vragen, maar hadden simpelweg geen keus. De vertrouwelijkheid die erbij komt kijken, is heel bijzonder.’
Met de kennis van nu, zou ze dingen wel anders doen. ‘Ik zou eerder hulp zoeken. Bijvoorbeeld bij een huisarts.’ Ook zijn er inmiddels steunpunten voor mantelzorgers, zoals MantelzorgNL. Els vervolgt. ‘Ik zou mijn grenzen meer bewaken en dingen loslaten. Eerder denken: nu kan ik niet verder zorgen. Er komt altijd een schepje bij en dat doe je dan maar gewoon.’ Voor je het weet, schiet je er zelf bij in. En dat is ook wat Els mee wil geven aan andere mantelzorgers. ‘Zorg eerst goed voor jezelf, dan kun je pas voor andere zorgen.’
Meer over de Wmo
Els had veel aan de zorg vanuit de Wmo (Wet maatschappelijke ondersteuning). Via deze ondersteuningswet kun je o.a. hulp bij huishoudelijke taken krijgen. Net zoals de ouders van Els. Op www.tzorg.nl lees je wat de grootste landelijke aanbieder van hulp bij het huishouden zoals kan bieden. Natuurlijk zijn er nog vele andere aanbieders. Bij het Wmo-loket in jouw gemeente ontdek je welke ondersteuning vanuit de Wmo bij jouw situatie past. Ook weten zij welke aanbieders er in jouw gemeente werken.
Soms lukt het (even) niet meer om alles zelf te doen. Denk aan boodschappen doen, het huishouden of je dag indelen. De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) zorgt dat je daar hulp bij krijgt. Zo kun jij langer, zelfstandig thuis wonen en blijf je onderdeel van de maatschappij. Wil jij meer weten over ondersteuning vanuit de Wmo? Lees dan hier verder.